Harige Ratelaar (Rhinanthus alectorolophus)

Een aparte combinatie van citroengeel en zachtgroen met een paars puntje. De kelk van de bloem is kenmerkend: bleekgroen, opgezet als een buikje en donzig behaard.

De naam dankt de plant aan zijn zaden -die als ze verdroogd zijn- in de tot zaaddoos gevormde kelk rammelen.

Het blad aan de stengel is gewoon groen maar het schutblad van de bloem is veel bleker en bijna driehoekig. Als je vluchtig kijkt lijkt het net of ze staan te verdrogen.

Ratelaar, deze en andere soorten, groeien vaak in grasland omdat ze van schaduw houden. En wél van gras: het zijn halfparasieten. Ze groeien op de wortels van gras of andere planten. Water en mineralen tappen ze zo af maar het voedsel maken ze er wel zelf van met hun bladgroen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *