Categoriearchief: diversen

Schorsribben op bloeiende iep

Afgelopen zondag was de themawandeling “Littekens en Kale Koppen”. Behalve dat we natuurlijk genoten van vroege voorjaarsbloeiers als sneeuwklokjes en winterakoniet, keken we vooral omhoog: naar alles wat je aan bomen en struiken kunt ontdekken in deze tijd.

Als voorbeeld de (berg)iep. Die bloeide bovendien al. Ik had dat eigenlijk nog nooit van dichtbij gezien: met prachtig paarserode bloemen aan de kale takken. De (blad)knoppen dof roodbruin en bedekt met haartjes, vooral aan de randen van de opengebarsten knopschubben goed te zien is.
Maar aan de takken het opzienbarendste van alles: ‘Schorsribben’. Wonderlijke vleugels van kurk, heel sprookjesachtig. [klik op de foto voor een vergroting]
Meer foto’s over knoppen en littekens, schors en boomkronen, klik op de betreffende link.

Lenzen

Hulpmiddelen
Floor en ik hadden elkaar al weken niet gezien. Het werd dus tijd. Ook moest de paddenstoelrondleiding door de Botanische Tuin (27 oktober) worden voorbereid. Het zou een wandeling worden met weinig lopen en veel kruipen. Allebei waren we gewapend met een fototoestel om alles vast te leggen wat we voor de lens kregen. Floor droeg een nieuwe bril.
Ik dacht eigenlijk dat het aan die bril lag toen ze zo koppig volhield dat de ‘gal’ die ik mee had genomen een lensgal was in plaats van een eikennapjesgal. Door de nieuwe varifocale glazen zou ze namelijk een beetje zeeziek worden tijdens het langs de grond speuren naar paddenstoelen. Vergissen is menselijk, maar we hebben allebei graag gelijk. Dus dit moest tot de bodem worden uitgezocht. Gelukkig. Tot onze verbazing hadden we beide gelijk. We hadden ieder een ander galletje  mee naar huis genomen; twee soorten dus.  Hoe goed gefocused ook, zonder onze hulpmiddelen  (de lenzen van onze brillen en camera’s)  hadden we het verschil misschien niet eens ontdekt.

Gallen
Paddenstoelen en vallende bladeren zijn bijna een twee-eenheid. Met gallen als extra bijzonderheid. U kent ze wel die kogelgrote balletjes, die op eikenblad geplakt lijken. Galappels worden ze ook wel genoemd. Groen gekleurd, soms gelig of met een rode blos. Maar het aantal soorten gallen is veel groter. De kleurrijke rozengallen in de duinen. En in de Botanische Tuin eikennapjesgallen en lensgallen. Beide echt niet groter dan vijf millimeter in doorsnee. Lensvormig of kleine opgekrulde schaaltjes. De eikenbomen hebben er vol mee gezeten. Honderdduizenden, nee ontelbaar veel vielen naar beneden. De grond lag er mee bezaaid, als ronde confetti.
Een gal is eigenlijk niets anders dan een tijdelijke behuizing van galwesp-larven. Eén beestje per galletje. Als volwaardige vegetariërs doen de larven zich tegoed aan het binnenste ervan.

Lensgallen
Het is wat lastig om je dit voor te stellen, maar ook in deze platte mini-galletjes zaten eerder dit jaar larfjes. Eigenlijk is galvorming niets anders dan een groeireactie van de plant. De volwassen galwespen hebben er een dagtaak aan gehad. Telkens een bladcel aanprikken en er een eitje in deponeren. Honderdduizend keer, nee ontelbaar vaak deden ze dit.
De lensgallen zijn licht geelgroen en zijn aan de bolle kant bezet met bruinrode haartjes. Je hebt een vergrootglas nodig om dit te kunnen zien. De onderkant is vlak met in het midden een licht ‘navel’-puntje, de aanhechtingsplek op het eikenblad. Deze lensgallen lijken uiterlijk wel wat op een schildluis. Het verschil tussen deze twee is echter dat het schild van een schildluis gemaakt is door de luis zelf. Dat schild bestaat dus uit dierlijk materiaal. Het ‘schildje’ van de lensgal is een nauwkeurige vergroeiing van het blad, dus volledig plantaardig. Nooit gedacht dat ooit in zo’n klein lensje nog ruimte voor een larfje was.

Naar buiten
Ga de komende weken er op uit. Geniet dan niet alleen van de overvloed aan paddenstoelen. De regenval van de laatste weken in combinatie met de hoge temperaturen maken er een feest van. Extra opgevrolijkt door het bont gekleurde herfstblad. Ga af en toe ook eens door de knieën. Geef je ogen dan goed de kost en let op de naar beneden gevallen gallen. Een loep kan daarbij altijd helpen.

Antoon

Blauwe knoop of Duyvelsbete (Succisa pratensis)

Blauwe knoop is een ‘drachtplant’, de bloemen bevatten veel nectar. Het is daarom nu nogal druk met bijen, vlinders en andere insecten rond de bloemen, vele andere soorten zijn uitgebloeid. Blauwe knoop groeit uitbundig in het heidegedeelte. Eén van mijn favorieten, maar ook van Antoon.


Blauwe knoop werd in de middeleeuwen Duyvelsbete genoemd. In het boek “Hortus Arcadië, De Groene Schatkamer” is een extra lang hoofdstuk gewijd aan deze prachtige soort (samen met beemdkroon en duifkruid die er veel op lijken) die op de rode lijst staat.
Er staat ook een mooi oud volksverhaal in: de sage van de Duivel en Blauwe knoop. Ik maak hier graag van de gelegenheid gebruik reclame te maken voor ‘ons’ boek: Koop het, geniet en verwonder! En lees het hele verhaal  😉

Om een beetje nieuwsgierig te maken: de eerste en laatste zin van de sage:
” Heel lang geleden, vele honderden jaren terug leefde er op het platteland een meisje    .……………    Ja, door de duivel. Vanaf die kwade dag heeft men ook nooit meer ogen kunnen genezen met blauwe knoop. Gewone mensenogen zijn zelfs bijna niet meer in staat om de schoonheid van blauwe knoop te bewonderen.”
Om een beetje indruk van de binnenkant te krijgen: