Categoriearchief: gastcolumn Antoon

Toeval bestaat niet…!

In het midden van de vorige eeuw was professor G. Houtzagers een bekende hoogleraar in Wageningen. Je kunt het geloven of niet…de beste man doceerde bosbouw. Het komt vaker voor dat namen zo in elkaars verlengde liggen.
De huisarts die Jan Dokter heet of een vrijwillige brandweerman Klaas van Vuren. Associaties in elkaars verlengde of juist met stevige contrasten. In Zonnekroon en Gekroond geleikelkje (ja: gelei-kelkje!) komen beide varianten bij elkaar. Eerstgenoemde is een reusachtige vaste plant, de laatste een minuscuul paddenstoeltje……

Zonnekroon
Sinds jaar en dag kan iedereen op het alpinum van de Botanische Tuin genieten van 2,5 meter hoge zonnekroon. Inderdaad, meer dan menshoog wordt dsc09722adeze soort die eigenlijk thuis hoort in het midden van de Verenigde Staten. Elke stengel is getooid met minizonnebloemen, 10 tot 15 cm in doorsnee. De stengels zelf zijn scherp vierkant in doorsnee. Bij ‘composieten’ komt zoiets zelden voor. De bovenste stengelbladeren zijn paarsgewijs met elkaar vergroeid. Ze vormen zo een kommetje voor de opvang van hemelwater. Vogels en insecten hebben hier profijt van. De naam zonnekroon is waarschijnlijk afgeleid van de heldergele bloembladeren die als een krans rondom een donkerbruin hart staan. Ook zou de naam kunnen duiden op de bloemknoppen waarbij de bloemdekbladeren als een kroon gerangschikt staan.

dsc09719-ajpgOp paddenstoelenjacht
De Botanische Tuin is niet alleen bekend om de rijkdom aan inheemse plantensoorten. Ook paddenstoelliefhebbers gaan graag naar Hortus Arcadië. Vanaf begin oktober wandelden Floor en ik wekelijks door de tuin, op zoek naar nieuwe soorten. Van stevig doorwandelen is dan eigenlijk geen sprake. Het is meer stapvoets voortbewegen, soms zelfs kruipend. Daarbij maken we gebruik van elkaars ogen. dsc09721ajpgRuim 150 verschillende soorten paddenstoelen noteerden en fotografeerden we in een paar uur tijd. In de meest fantastische vormen, kleuren en geuren. Andere bezoekers kijken dan wel eens verbaasd op wanneer ze merken hoe enthousiast twee personen – op hun knieën – naar iets zitten te kijken. Naar iets wat zij natuurlijk van die afstand niet kunnen zien. Een stapel boeken ernaast om de vondst goed op naam te krijgen. Eigenwijs als we zijn: de een weet het natuurlijk weer beter dan de ander, maar ook omgekeerd.

Gekroond geleikelkje
Op een druilerige zaterdagmiddag, mistig en waterkoud ontdekken we weer iets nieuws. wakroonfoutgrijsWitte stipjes op de verrotte stengelresten van zonnekroon. Tóch maar even een foto van maken! Bij het goed instellen van de camera verschijnt plotseling iets bijzonders in het beeld. Een geelwit paddenstoeltje van nog geen 2 míllimeter in doorsnee en 0,2 mm hoog. Een wittig schaaltje getooid met 10-15 uitsteeksels. Een minikroontje. Met het blote oog onzichtbaar, maar via de lens wel degelijk. Gekroonde geleikelkjes, natuurlijk op zonnekroon. Het wordt tijd om voor te stellen dat zonnekroon of die gekroonde geleikelkjes de nieuwe postzegels gaan versieren.
Al die aandacht voor kronen lijkt op toeval, maar dat bestaat toch immers niet?

↔dit is dus een afgeknapte plantenstengel van zo’n 2 cm breed, géén boomstronk!↓

Lenzen

Hulpmiddelen
Floor en ik hadden elkaar al weken niet gezien. Het werd dus tijd. Ook moest de paddenstoelrondleiding door de Botanische Tuin (27 oktober) worden voorbereid. Het zou een wandeling worden met weinig lopen en veel kruipen. Allebei waren we gewapend met een fototoestel om alles vast te leggen wat we voor de lens kregen. Floor droeg een nieuwe bril.
Ik dacht eigenlijk dat het aan die bril lag toen ze zo koppig volhield dat de ‘gal’ die ik mee had genomen een lensgal was in plaats van een eikennapjesgal. Door de nieuwe varifocale glazen zou ze namelijk een beetje zeeziek worden tijdens het langs de grond speuren naar paddenstoelen. Vergissen is menselijk, maar we hebben allebei graag gelijk. Dus dit moest tot de bodem worden uitgezocht. Gelukkig. Tot onze verbazing hadden we beide gelijk. We hadden ieder een ander galletje  mee naar huis genomen; twee soorten dus.  Hoe goed gefocused ook, zonder onze hulpmiddelen  (de lenzen van onze brillen en camera’s)  hadden we het verschil misschien niet eens ontdekt.

Gallen
Paddenstoelen en vallende bladeren zijn bijna een twee-eenheid. Met gallen als extra bijzonderheid. U kent ze wel die kogelgrote balletjes, die op eikenblad geplakt lijken. Galappels worden ze ook wel genoemd. Groen gekleurd, soms gelig of met een rode blos. Maar het aantal soorten gallen is veel groter. De kleurrijke rozengallen in de duinen. En in de Botanische Tuin eikennapjesgallen en lensgallen. Beide echt niet groter dan vijf millimeter in doorsnee. Lensvormig of kleine opgekrulde schaaltjes. De eikenbomen hebben er vol mee gezeten. Honderdduizenden, nee ontelbaar veel vielen naar beneden. De grond lag er mee bezaaid, als ronde confetti.
Een gal is eigenlijk niets anders dan een tijdelijke behuizing van galwesp-larven. Eén beestje per galletje. Als volwaardige vegetariërs doen de larven zich tegoed aan het binnenste ervan.

Lensgallen
Het is wat lastig om je dit voor te stellen, maar ook in deze platte mini-galletjes zaten eerder dit jaar larfjes. Eigenlijk is galvorming niets anders dan een groeireactie van de plant. De volwassen galwespen hebben er een dagtaak aan gehad. Telkens een bladcel aanprikken en er een eitje in deponeren. Honderdduizend keer, nee ontelbaar vaak deden ze dit.
De lensgallen zijn licht geelgroen en zijn aan de bolle kant bezet met bruinrode haartjes. Je hebt een vergrootglas nodig om dit te kunnen zien. De onderkant is vlak met in het midden een licht ‘navel’-puntje, de aanhechtingsplek op het eikenblad. Deze lensgallen lijken uiterlijk wel wat op een schildluis. Het verschil tussen deze twee is echter dat het schild van een schildluis gemaakt is door de luis zelf. Dat schild bestaat dus uit dierlijk materiaal. Het ‘schildje’ van de lensgal is een nauwkeurige vergroeiing van het blad, dus volledig plantaardig. Nooit gedacht dat ooit in zo’n klein lensje nog ruimte voor een larfje was.

Naar buiten
Ga de komende weken er op uit. Geniet dan niet alleen van de overvloed aan paddenstoelen. De regenval van de laatste weken in combinatie met de hoge temperaturen maken er een feest van. Extra opgevrolijkt door het bont gekleurde herfstblad. Ga af en toe ook eens door de knieën. Geef je ogen dan goed de kost en let op de naar beneden gevallen gallen. Een loep kan daarbij altijd helpen.

Antoon

Verjaren

De winter houdt het dit jaar lang vol. Koud en vooral guur was het dit keer, niet echt een winter om vrolijk van te worden. Tijd voor een nieuwe lente. Vorige week zou deze al beginnen, volgens kenners.
Ik heb altijd gedacht dat bomen in het voorjaar een jaar ouder worden. Dit lijkt er ook wel een beetje op, maar feitelijk verjongen bomen zich in dat seizoen. Elk voorjaar vormen bomen een nieuw laagje levend cambium, vlak onder de schors. Alle takken -van vanaf de stamvoet tot boven in de kruin- vernieuwen zich. Vergelijk het maar met een soort steunkous die over een uitgestoken been wordt getrokken. De boom kan er weer een jaar tegen, strak in het vel. Deze vorm van verjonging heeft weinig weg van veroudering.

Bladknoppen
Bomen hebben veel meer last van veroudering in het najaar, dus lang voor hun verjaardag. Toch kan iedereen kan nog in maart attent gemaakt worden op de schoonheid van deze veroudering. Ik adviseer u om bij de eerste lentezon een jas aan te trekken en naar buiten te gaan. Nu kunt u namelijk nog een paar weken opletten op kale takken van bomen en heesters, op hun knoppen en bladlittekens.
Hierbij zult u al snel ontdekken dat de ene knop niet gelijk is aan de andere. Elke boomsoort heeft kenmerkende knoppen: langwerpig, eivormig of bolrond. Sommige zijn uiterst klein, bijna weggedrukt in het takhout, maar anderen zoals de kleverige knoppen van paardenkastanje zijn centimeters groot. Wie goed oplet zal ook kleurverschil ontwaren, zoals bruin, blauwgrijs, zwart, groen of rood. Met beschermings-schubben of juist zonder. Elke boom- en heestersoort heeft zijn eigen kenmerken.

Lidtekens

Nog interessanter zijn de bladlittekens. Dit zijn de plekken waar het vorig jaar de bladeren aan het takhout zaten. Dat blad viel in de herfst af, maar op de aanhechtingsplek bleef een litteken achter. Voor elke soort een kenmerkend litteken. Een grote verscheidenheid in vorm, zoals rond, langgerekt of als een half maantje.
Midden in zo’n litteken zijn ook telkens de afgebroken vaatbundels te ontdekken. Daar stroomden eerder water en voedingstoffen doorheen. Ook die vaatbundels zijn weer kenmerkend voor elk soort: soms is het maar één grote groep, soms drie of vijf stuks. Eenlingen of bundels. Liggend in een cirkel, onregelmatig verspreid of netjes geordend in een hoefijzervorm.
Pluk de dag en geniet nog even dan deze unieke verscheidenheid. Over twee maanden kan het niet meer, want dan zit alles weer volop in het blad.

Verouderen
Verjaren en voorjaar. Ik kijk begin maart ook wel eens naar mijn eigen handen, met verschillende littekens of lijdtekens. Blijvende herinneringen aan onvoorzichtigheid of onachtzaamheid. Een scherpe glasrand of een keukenmesje dat uitschoot. Dit soort ongelukjes overkomt me tegenwoordig vaker dan vroeger. Hangt waarschijnlijk samen met veroudering. Ook dit is zichtbaar.  Antoon

 

[ meer foto’s in bericht: bomen 3: knoppen en bladlidtekens ]

…bij de fluweelboom een litteken van vorig jaar, van het jaar daarvoor en nog ouder…[klik op foto voor vergroting]