Maandelijks archief: juni 2013

Parapluutjesmos (Marchantia polymorpha)

Toen ik dit mos de eerste keer zag weet ik nog dat ik vol verwondering heb geglimlacht. Dat de natuur zoiets bedenkt, die parapluutjes! Maar al snel zag ik mijn omkering…

Dit (lever)mos kan zich beter dan andere mossen handhaven op droge plaatsen. Er zit een laagje vet op de bovenkant van het gelobde blad zonder nerven. De huidmondjes bovenop blijven altijd open. Op de foto [klik op de foto voor een vergroting!] zijn ze te zien als de witte stipjes, en bovenaan iets groter met een zwart centrum.
De plant kan zich ongeslachtelijk voortplanten door kleine ronde broedbekertjes met piepkleine nieuwe plantjes te maken. Een waterdruppel kan de hele inhoud wegslingeren.

Het mos is tweehuizig. De donkergroene parapluutjes (meer een palmboompje eigenlijk, of paraplu zonder doek met alleen baleinen) die in het voorjaar bovenop de groene lobben van dit levermos groeien zijn de vrouwelijke vormen. De lage bleekgroene mannelijke uitsteeksels (aan een andere plant want dat betekent 2-huizig) lijken op een paraplu met doek (foto niet uit hortus). Samen kunnen ze nieuwe planten voortbrengen. Dan zijn er gele sporen te zien aan de onderkant van de palm-pluutjes (*). Op mijn foto niet geel want niet bevrucht, dat hoop ik nog eens vast te leggen.

Een zusje, met de sprookjesachtige naam, het halvemaantjes-mos (Lunularia cruciata), heeft halve-maanvormige broedbekers en groeit ook op het alpinum (tussen stenen op het pad vanaf de bron van de beek achter naar beneden loopt). De broedbekertjes zijn iets groter, verder zie je hier ook de huidmondjes op het blad goed. Hier komen geen paraplu’s, palmbomen of andere uitsteeksels omhoog. Parapluutjesmos groeit vlak over op grond. Je kunt het bijna overal vinden. In de hortus zit een mooi plakkaat op een steen op het alpinum (op kniehoogte) als je er middenvoor staat. Een oudere naam ervoor is steenlevermos.

(*) Na de samensmelting met de zaadcel groeit uit de eicel een doosje waarin de sporen worden gevormd. Uit de spore kiemt niet meteen een nieuw mosplantje, maar er groeit eerst een draadvormige voorkiem uit. Hieraan komen knopjes die zich dan ontwikkelen tot nieuwe mosplantjes.