Maandelijks archief: juni 2012

Harige Ratelaar (Rhinanthus alectorolophus)

Een aparte combinatie van citroengeel en zachtgroen met een paars puntje. De kelk van de bloem is kenmerkend: bleekgroen, opgezet als een buikje en donzig behaard.

De naam dankt de plant aan zijn zaden -die als ze verdroogd zijn- in de tot zaaddoos gevormde kelk rammelen.

Het blad aan de stengel is gewoon groen maar het schutblad van de bloem is veel bleker en bijna driehoekig. Als je vluchtig kijkt lijkt het net of ze staan te verdrogen.

Ratelaar, deze en andere soorten, groeien vaak in grasland omdat ze van schaduw houden. En wél van gras: het zijn halfparasieten. Ze groeien op de wortels van gras of andere planten. Water en mineralen tappen ze zo af maar het voedsel maken ze er wel zelf van met hun bladgroen.

Orchideeëntijd

Dat ik opveer bij een orchidee komt denk ik vooral dat ik weet dat ze bijzonder zijn. Ik ben wel gecharmeerd van de tekening van de bloemen in diverse tinten roze. Het zijn net engeltjes met vleugeltjes en een jurkje. Links de gevlekte orchis (Dactylorhiza maculata) en rechts de rietorchis (Dactylorhiza majalis). De eerste langs het knuppelpad in het moeras, de tweede op het graslandje voor het alpinum:


Pin me niet vast op de namen want daar is men het niet over eens. Deze twee lijken erg op elkaar; voor de één zijn het verschillende soorten en voor de ander twee verschijningsvormen van dezelfde soort. In elk geval zijn ze er, om het nog wat lastiger te maken gezien het feit dat maculatus gevlekt betekent, ook nog eens beide met gevlekt en ongevlekt blad. De kleur roze en de hoeveelheid tekening op de bloem varieert ook. Hieronder de rietorchissen voor het alpinum en een heel licht gekleurde en wat donkerder gekleurde gevlekte orchis in het moeras.